Direct naar content

Jeugdombudsman vraagt aandacht voor kinderen die vastlopen in de jeugdhulp

Brief

Gefrustreerde jongere

Jeugdombudsman Coby van der Kooi heeft een signalenbrief gestuurd aan de Haagse gemeenteraad in aanloop naar het commissiedebat over jeugdhulp op 8 oktober 2026. Zij vraagt aandacht voor lange wachttijden, kinderen zonder onderwijs of dagbesteding en gezinnen die onvoldoende ondersteuning krijgen.

 

De brief is gebaseerd op klachten en gesprekken met ouders, jongeren en professionals. Daaruit komen verschillende knelpunten naar voren. Kinderen wachten lang op passende hulp, ouders weten niet altijd waar zij terechtkunnen en beslissingen over hulp zijn voor gezinnen soms moeilijk te begrijpen.

“Een kind kan zijn ontwikkeling niet op pauze zetten totdat passende hulp beschikbaar is”, schrijft Van der Kooi.

Wachten zonder school of dagbesteding

De Jeugdombudsman maakt zich vooral zorgen over kinderen die tijdens het wachten op jeugdhulp ook niet naar school gaan en geen dagbesteding hebben. Eind vorig jaar vroeg zij hiervoor al aandacht in een brief aan de gemeenteraad. Die zorgen zijn nog steeds actueel.

Lang wachten kan betekenen dat problemen verergeren en de ontwikkeling van een kind achteruitgaat. Ook de druk op het gezin neemt toe. Ouders moeten soms stoppen met werken om voor hun kind te zorgen, terwijl zij tegelijkertijd proberen hulp te organiseren.

“Een plek op een wachtlijst mag niet betekenen dat er in de tussentijd niets gebeurt.”

Volgens Van der Kooi moet regelmatig worden bekeken hoe het met een kind gaat, welke ondersteuning nodig is en of langer wachten nog verantwoord is.

Passende hulp en duidelijke verantwoordelijkheid

In de brief vraagt de Jeugdombudsman ook aandacht voor de keuze van hulpaanbieders. Ouders begrijpen niet altijd waarom hun kind naar een bepaalde aanbieder wordt verwezen. Soms volgt na lang wachten alsnog de conclusie dat die aanbieder niet de juiste hulp kan bieden.

Daarnaast ervaren ouders dat de indeling van Den Haag in postcodegebieden hun mogelijkheden beperkt. Van der Kooi schrijft hierover: “De indeling in postcodegebieden mag er niet toe leiden dat een kind langer moet wachten of minder passende hulp krijgt, terwijl elders passende hulp beschikbaar is.”

Ook moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor het volgen van de situatie en het organiseren van ondersteuning tijdens het wachten.

“Voor ieder gezin moet duidelijk zijn wie de situatie volgt, wie aanspreekbaar is en wie in actie komt als wachten niet langer verantwoord is.”

Het kind centraal

De Jeugdombudsman roept op om de rechten en belangen van kinderen nadrukkelijk mee te wegen bij beslissingen over jeugdhulp. Kinderen en ouders moeten daarbij worden gehoord en invloed kunnen uitoefenen.

Van der Kooi spreekt haar waardering uit voor de professionals die dagelijks werken aan betere jeugdhulp. Tegelijkertijd benadrukt zij de ernst van de signalen die zij ontvangt:

“Achter iedere wachtlijst, verwijzing of bespreking aan een van de vele tafels zit een kind. Een kind dat ondertussen verder opgroeit en voor wie tijd ertoe doet.”